Categorieën
Begrijpend lezen Leesonderwijs

Begrijpend lezen in de bovenbouw

Begrijpend lezen gaat in de bovenbouw meer de boventoon voeren. Weinig ouders beseffen hoe belangrijk begrijpend lezen is. De meeste aandacht op school gaat immers uit naar rekenen en spelling. In dit artikel leg ik uit hoe kinderen leren lezen en wanneer de overstap van het technisch leren lezen naar het begrijpend lerend lezen wordt gemaakt. Ook vertel ik waarom dit zo belangrijk is en hoe kinderen groep 8 verlaten met de vaardigheden die passen bij studerend lezen.

Voorbereidend lezen

De taalontwikkeling begint al voor de geboorte. Als ongeboren vrucht went ene baby aan het taalgebruik van zijn of haar ouders. Het is dan ook niet gek dat baby’s rustiger worden als ze bepaalde liedjes of verhalen horen, als die ook zijn voorgelezen en gezongen toen ze nog in de buik zaten.

Taal mag je dan ook best beschouwen als een primaire levensbehoefte. Het stelt in staat om – al van jongs af aan – met elkaar te communiceren. Ook voordat kinderen feitelijk leren lezen, gebeurt er heel veel met taal.

Voorbereidend lezen is het lezen zoals dat op de peuterspeelzaal en in de kleuterglas gericht wordt onderwezen en waar veel ouder en grootouders – al dan niet bewust – mee bezig zijn. Het betekent dat kinderen kennismaken met verhalen, teksten, liedjes en letters. Zij leren dat een letter voor een klank staat en dat de volgorde van die klanken woorden maken en dat we met woorden en zinnen kunnen communiceren.

Dit hele voorbereidend lezen mag niet onderschat worden. Hier ligt namelijk de basis voor het begrijpend lezen zoals dat vanaf groep 3 vorm gaat krijgen. Maar voordat begrijpend lezen kan plaatsvinden, moet er nog iets anders gebeuren.

Technisch lezen

In groep 3 verbazen veel ouders zich erover dat kinderen zo snel in staat zijn klanken en woorden te koppelen aan letters. Het leren lezen, technisch leren lezen, gaat hier heel snel. Kinderen hakken woorden aan elkaar, vormen die om tot zinnen en leren in een half jaar tijd heel goed lezen. Dit wordt thuis bij voorbaat flink geoefend en getraind. Technisch lezen is immers net als fietsen: je wordt beter naarmate je het vaker doet.

Het technisch lezen is niet het hoofddoel van het leesonderwijs. Dat is namelijk tweeledig: technisch lezen (dus in staat zijn vak letters woorden te vormen en deze te koppelen aan de juiste klanken) en begrijpend lezen. Begrijpend lezen begint ook al in groep 3, al heeft het dan nog meer weg van leesbegrip.

Leesbegrip

Groep 3 is het jaar van het technisch lezen. Maar dat gaat niet zonder dat er teksten worden doorgenomen en er stil wordt gestaan bij het doel van die teksten. Waarom zijn er teksten? Wat kun je doen met teksten? Wat kun je leren van teksten? Kinderen in groep 3 leren middels leesbegrip meer over het waarom van leren lezen. Want waarom zou je moeten leren lezen?

De antwoorden liggen voor het oprapen: teksten zijn er om je te vermaken, teksten bevatten informatie waar je iets van kan leren, je kan elkaar boodschappen overbrengen door teksten te lezen (en te schrijven) en je kan stappen volgen door teksten te volgen (bijvoorbeeld een routebeschrijving of een recept).

Leesbegrip wordt vaak gebracht met een flinke dosis enthousiasme, zodat er ook de nodige motivatie bij kinderen ontstaat om te gaan lezen.

Langzaam wordt het zo van leesbegrip begrijpend lezen.

Begrijpend lezen vanaf groep 3

Leesbegrip wordt begrijpend lezen op het moment dat kinderen de teksten ook echt gaan lezen om aan informatie te komen. Ze zoeken antwoorden in teksten of doen onderzoek naar een onderwerp en vinden die info door teksten door te nemen.

Dit is al in groep 3. Kinderen krijgen dan vaak vragen over de gelezen tekst en moeten dus meer doen dan alleen een tekst omzetten in klanken. Ze moeten informatie opslaan en verwerken en later terug kunnen halen om een vraag te beantwoorden.

In groep 4 krijgt deze vaardigheid van begrijpend lezen de overhand en is het technisch lezen wat minder aan de orde. Dit wordt uiteraard nog wel gedaan, maar het doel van begrijpend lezen staat centraler.

Begrijpend lezen in de bovenbouw

Na groep 4, dus in groep 5 tot en met groep 8, wordt het begrijpend lezen steeds verder uitgebouwd. Kinderen leren tal van strategieën eigen maken in groep 5 en gaan vaardigheden oefenen om informatie uit teksten te kunnen halen in groep 6, maar ook om teksten te kunnen toetsen. Want is een tekst wel altijd de juiste? Bevat de tekst de informatie die je zoekt? Kinderen leren bijvoorbeeld:

  • Hoe signaalwoorden en verwijswoorden teksten opbouwen en helpen om teksten beter te begrijpen;
  • Wat een samenvatting is en hoe je die maakt;
  • Hoe je conclusies uit teksten kunt trekken en hoe je die conclusies kunt beargumenteren;
  • Feiten en meningen uit teksten te halen en die te onderbouwen.

Ook worden er in de bovenbouw vaak gesprekken gevoerd over teksten en moeten kinderen hun eigen argumenten uit de teksten halen of hun mening kunnen onderbouwen. Dit gebeurt in groep 7 het meest. Die wisselwerking is heel sterk, want zo moet een kind een tekst door en door kennen.

In de bovenbouw tellen de Cito-toetsen voor begrijpend lezen steeds zwaarder mee. Zwaarder dan bijvoorbeeld de toetsen voor spelling en meestal ook voor rekenen.

Begrijpend lezen oefenen

Vind jouw kind begrijpend lezen moeilijk? Dan is het goed om te weten dat je begrijpend lezen kunt oefenen. Er zijn veel oefenboeken beschikbaar, maar het is wel belangrijk dat een oefenboek zich zowel op de Cito-toetsen of Leerling in beeld-toetsen (LIB-toetsen) richt als op de methodetoetsen van de taalmethode. Anders worden kinderen verkeerd voorbereid en slaan ze de plank alsnog mis.

Oefenboeken die helpen om beide toetsen voor te bereiden vind je dan ook bij uitgeverij Educazione. Het gaat om oefenboeken voor kinderen vanaf groep 3. Klik op de links hieronder voor meer info:

Ook door veel teksten te lezen en te bespreken oefen je samen met je kind de vaardigheden die zo belangrijk zijn. Ga regelmatig met elkaar in gesprek over wat er gelezen of gehoord is en je zal heel goed bijdragen aan die ontwikkeling waar het uiteindelijk om gaat.

Studerend lezen

En dan, in groep 8, hebben kinderen zich alle vaardigheden van het begrijpend lezen eigen gemaakt en kunnen ze de volgende stap maken: studerend lezen. En dat is net op tijd voor de brugklas. Hier zijn de kinderen aan zichzelf overgeleverd en moeten ze het zelf opknappen. Maar als ze goed getraind zijn, is dat geen enkel probleem.

Categorieën
Leesonderwijs

Meester Kees legt uit: signaalwoorden

Wat zijn signaalwoorden? In de lessen begrijpend lezen en tekstbegrip (die geef ik aan de hand van close reading en de lesmethodes Staal en Grip op Lezen), valt één ding op: kinderen hebben heel veel moeite met het herleiden van signaalwoorden. Daarom leg ik in dit artikel van A tot Z uit wat signaalwoorden zijn en deel ik een leuke oefening die je thuis kan doen om signaalwoorden te trainen.

 

Wat is een signaalwoord?

Een signaalwoord geeft een seintje dat een bepaald woord iets gaat zeggen over de rest van de zin, het voorgaande of het volgende. Een signaalwoord kan niet vervangen worden door een ander woord, omdat dan het signaal (de boodschap) verloren gaat.

In deze zin staat het signaalwoord “bijvoorbeeld”:

Met karton kun je leuk spelen, bijvoorbeeld door er een huis van te maken.

Het woord “bijvoorbeeld” geeft aan dat er een voorbeeld komt van hetgeen daarvoor is gezegd (met karton kun je leuk spelen). Het moet dna ook een voorbeeld zijn (er een huis van maken).

Het signaalwoord vervangen door “evenals”, “daarom” en “dus” (zomaar een greep uit de signaalwoorden die er zijn) doet de boodschap teniet en geeft een verkeerd signaal af.

 

Iedere boodschap een eigen signaalwoord

Hieronder heb ik een printscreen gemaakt van de website “begrijpendlezenoefenen.nl”, want daar wordt uitgelegd dat elke boodschap een eigen signaalwoord heeft. Deze kaart kun je gebruiken om per boodschap de signaalwoorden terug te zien. Print die gerust uit om te gebruiken met signaalwoorden te oefenen.

Fragment van begrijpendlezenoefenen
Fragment van begrijpendlezenoefenen.nl

Samengevat komt er erop neer dat er verschillende doelen zijn in een tekst en dat voor elk van die doelen andere signaalwoorden gangbaar zijn. “Bijvoorbeeld” heeft als doel een voorbeeld te stellen en is als signaalwoord alleen van toepassing op voorbeelden. Het signaalwoord “dus” is bedoeld om iets te stellen, zoals een conclusie (en zal je dus niet treffen bij een voorbeeld).

 

Cito-toetsen begrijpend lezen

De signaalwoorden komen in de lessen van begrijpend lezen niet heel uitgebreid aan bod. Nu ben ik als leerkracht geen methodeslaaf en ken ik de inhoud van de Cito-toetsen begrijpend lezen. Ik weet dus waar ik de focus op moet leggen (niet omdat het Cito-toetsen zijn, maar omdat Cito toetst wat de overheid heeft opgesteld in de kerndoelen primair onderwijs).

In de Cito-toetsen wordt letterlijk naar signaalwoorden gevraagd, zoals: “Wat is het signaalwoord in tekst B?” en “Waarnaar verwijst het signaalwoord in zin 8?”.

Kinderen moeten dus vanaf groep 6 echt fanatiek aan de slag met signaalwoorden, om deze vragen goed te kunnen beantwoorden. Los daarvan helpt het herkennen van signaalwoorden ook bij het studerend lezen en gaan kinderen hier in de toekomst zeker baad bij hebben.

 

Signaalwoorden oefenen

Wil je je kind laten oefenen met signaalwoorden? Dan kun je teksten lezen en het eerder genoemde spiekbriefje met signaalwoorden gebruiken. Op die manier kun je je kind in de tekst signaalwoorden laten inkleuren en omschrijven. Zo zal je kind snel in staat zijn de signaalwoorden tijdig te herkennen en daarmee de tekst beter in de context kunnen  plaatsen.

 

Close reading

De beste manier om signaalwoorden te gebruiken is door lessen close reading. Helaas doen lang niet alle scholen aan close reading (het is immers geen verplicht vak), maar er zijn leerkrachten die hun lessen begrijpend lezen (en soms zelfs wereldoriëntatie) koppelen aan de methodiek van close reading.

Waarom is dat zo prettig?

Omdat de leerkracht in de lessen close reading zelf kan bepalen welk onderdeel centraal staat. Wil je dus effectief oefenen met signaalwoorden? Dan kun je de kinderen die les een instructie geven over wat signaalwoorden zijn, het spiekbriefje cadeau doen en ze in de tekst die op dat moment centraal staat laten speuren naar signaalwoorden. (Uit ervaring weet ik dat dit zeer effectief is, dus  vraag desnoods aan de leerkracht van je kind zich te verdiepen in close reading ;). )

 

Meester Kees’ Signaalwoordenspel

Niet iedere leerkracht zal nu ineens aandacht aan signaalwoorden gaan geven (en daar ongetwijfeld een reden voor hebben). Wil je het zelf doen? Gebruik dan mijn Signaalwoordenspel. Moeilijk is het niet, maar wel effectief.

Het spel is vrij simpel. Print de bijlage met daarin een stuk of dertig signaalwoorden. Lamineer de kaartjes met een  gekleurde achtergrond voor meer stevigheid of gebruik ze zonder. De kaartjes leg je op een stapel. Om de beurt pakken de spelers (jij en je kind, jullie en je kinderen) een kaartje. Met het signaalwoord moet nu een zin worden bedacht. Trek jij het woord “omdat”, dan kan de zin zijn: “We eten vanavond brood, omdat we geen aardappels meer hebben.” Geef ook aan wat het signaal is. “Omdat” verwijst in dit geval naar een “oorzaak”.

Op deze manier gebruiken kinderen de signaalwoorden effectief en bewust. Dat zal ervoor zorgen dat ze in een tekst ook sneller deze signaalwoorden kunnen vinden en vertalen.

Geraadpleegde bronnen

Begrijpend lezen oefenen (2022). Wat zijn signaalwoorden? Geraadpleegd via https://www.begrijpendlezenoefenen.nl/kennisbank/signaalwoorden/

Huizenga, H. & Robbe, R. (2020). Basiskennis taalonderwijs. Houten: Wolters Noordhoff.

Categorieën
Leesonderwijs

Wat kun je doen als je kind een risicolezer is?

De term risicolezer heb ik nooit echt kunnen waarderen, omdat ik vind dat een kind zich op zijn eigen manier moet kunnen ontwikkelen. Uitgeverijen en Cito hebben allerlei onderzoekjes gedaan en een standaard-modelleerling opgesteld, waaruit je dan zou kunnen meten of je kind goed kan lezen of niet. In mijn beleving is ieder kind uniek en is er dus ook een uniek pad te bewandelen. Of het nu leren fietsen betreft of leren lezen.

Hoe dan ook hebben we het er maar mee te doen, met die term. En als je dan als ouder een keer op school zit en de term wordt genoemd en jouw kind blijkt een zogenaamde risicolezer, dan maakt het je waarschijnlijk helemaal niks uit wat ik van die term vind. Dan wil je gewoon weten wat je als ouder kan doen om je kind verder te helpen.

 

Lezen is lezen

Simpel, lezen is lezen. Als je wilt dat je kind niet uitvalt op het gebied van lezen en geen risicolezer meer genoemd kan worden, zul je aan de slag moeten met lezen. Je kan dan denken aan rijtjes woorden (zoals race-lezen tegenwoordig heel erg populair is, gebaseerd op de DMT-toetsen van Cito), maar ook gewoon aan boeken. Zorg dat je kind de nodige bladzijdes per dag leest en er behendiger in wordt.

 

Wissel af in boekjes

Om te voorkomen dat een kind geen zin meer heeft in lezen (het verliezen van leesplezier is het allerergste dat een kind dat moet lezen kan overkomen, dus dat wil je als ouder echt zo lang mogelijk uitstellen) is het goed om af te wisselen in boekjes. Je hebt steeds meer heel leuke boekjes voor kinderen in groep 3 en 4. Dus ga naar de bibliotheek of winkel en zorg voor dunne boekjes, dikke boeken, prentenboeken en boeken met veel tekst, verhalen, verhalenbundels als ook informatieve werken (je hebt heel veel leuke informatieboeken voor jonge kinderen). Wissel af, ook door niet alleen blind te staren op boeken. Maar benut het internet, bestudeer de krant en ga op zoek naar alles waar letters te halen valt.

 

Doe het spelenderwijs

Kinderen vinden het leuk om samen met jou te lezen. Parkeer je kind dan niet met een zak chips en een boek op zolder, maar investeer er zelf ook. Ga samen zitten, lees om de beurt, doe iets met stemmetjes of lees in koor. Alles om maar samen te lezen en je kind te helpen die kilometers door dat boek af te leggen.

 

Controleer regelmatig

Je bent geen leerkracht en hebt dus geen idee hoe goed je bezig bent met het lezen. Controleer dit dan ook regelmatig door je kind grote stukken tekst te laten lezen en te bekijken of je verbetering hebt gesignaleerd. In het gunstigste geval doet de leerkracht dit ook en krijg je van hem of haar ook een terugkoppeling. Is dat niet vanzelfsprekend? Dan zal je het zelf moeten doen.

 

Benader de leerkracht

Wil jij een vinger aan de pols houden? Goede leerkrachten hebben risicolezers allang in kaart en zullen jou overspoelen met tips en adviezen. Maar wanneer je niets van de leerkracht hoort en je toch zorgen hebt over het leesonderwijs, benader de leerkracht dan zelf. Wees hierin niet afwachtend, want hoe langer een kind slecht blijft in lezen, hoe groter de achterstand wordt.