Categorieën
Leesonderwijs

Meester Kees legt uit: signaalwoorden

Wat zijn signaalwoorden? In de lessen begrijpend lezen en tekstbegrip (die geef ik aan de hand van close reading en de lesmethodes Staal en Grip op Lezen), valt één ding op: kinderen hebben heel veel moeite met het herleiden van signaalwoorden. Daarom leg ik in dit artikel van A tot Z uit wat signaalwoorden zijn en deel ik een leuke oefening die je thuis kan doen om signaalwoorden te trainen.

 

Wat is een signaalwoord?

Een signaalwoord geeft een seintje dat een bepaald woord iets gaat zeggen over de rest van de zin, het voorgaande of het volgende. Een signaalwoord kan niet vervangen worden door een ander woord, omdat dan het signaal (de boodschap) verloren gaat.

In deze zin staat het signaalwoord “bijvoorbeeld”:

Met karton kun je leuk spelen, bijvoorbeeld door er een huis van te maken.

Het woord “bijvoorbeeld” geeft aan dat er een voorbeeld komt van hetgeen daarvoor is gezegd (met karton kun je leuk spelen). Het moet dna ook een voorbeeld zijn (er een huis van maken).

Het signaalwoord vervangen door “evenals”, “daarom” en “dus” (zomaar een greep uit de signaalwoorden die er zijn) doet de boodschap teniet en geeft een verkeerd signaal af.

 

Iedere boodschap een eigen signaalwoord

Hieronder heb ik een printscreen gemaakt van de website “begrijpendlezenoefenen.nl”, want daar wordt uitgelegd dat elke boodschap een eigen signaalwoord heeft. Deze kaart kun je gebruiken om per boodschap de signaalwoorden terug te zien. Print die gerust uit om te gebruiken met signaalwoorden te oefenen.

Fragment van begrijpendlezenoefenen
Fragment van begrijpendlezenoefenen.nl

Samengevat komt er erop neer dat er verschillende doelen zijn in een tekst en dat voor elk van die doelen andere signaalwoorden gangbaar zijn. “Bijvoorbeeld” heeft als doel een voorbeeld te stellen en is als signaalwoord alleen van toepassing op voorbeelden. Het signaalwoord “dus” is bedoeld om iets te stellen, zoals een conclusie (en zal je dus niet treffen bij een voorbeeld).

 

Cito-toetsen begrijpend lezen

De signaalwoorden komen in de lessen van begrijpend lezen niet heel uitgebreid aan bod. Nu ben ik als leerkracht geen methodeslaaf en ken ik de inhoud van de Cito-toetsen begrijpend lezen. Ik weet dus waar ik de focus op moet leggen (niet omdat het Cito-toetsen zijn, maar omdat Cito toetst wat de overheid heeft opgesteld in de kerndoelen primair onderwijs).

In de Cito-toetsen wordt letterlijk naar signaalwoorden gevraagd, zoals: “Wat is het signaalwoord in tekst B?” en “Waarnaar verwijst het signaalwoord in zin 8?”.

Kinderen moeten dus vanaf groep 6 echt fanatiek aan de slag met signaalwoorden, om deze vragen goed te kunnen beantwoorden. Los daarvan helpt het herkennen van signaalwoorden ook bij het studerend lezen en gaan kinderen hier in de toekomst zeker baad bij hebben.

 

Signaalwoorden oefenen

Wil je je kind laten oefenen met signaalwoorden? Dan kun je teksten lezen en het eerder genoemde spiekbriefje met signaalwoorden gebruiken. Op die manier kun je je kind in de tekst signaalwoorden laten inkleuren en omschrijven. Zo zal je kind snel in staat zijn de signaalwoorden tijdig te herkennen en daarmee de tekst beter in de context kunnen  plaatsen.

 

Close reading

De beste manier om signaalwoorden te gebruiken is door lessen close reading. Helaas doen lang niet alle scholen aan close reading (het is immers geen verplicht vak), maar er zijn leerkrachten die hun lessen begrijpend lezen (en soms zelfs wereldoriëntatie) koppelen aan de methodiek van close reading.

Waarom is dat zo prettig?

Omdat de leerkracht in de lessen close reading zelf kan bepalen welk onderdeel centraal staat. Wil je dus effectief oefenen met signaalwoorden? Dan kun je de kinderen die les een instructie geven over wat signaalwoorden zijn, het spiekbriefje cadeau doen en ze in de tekst die op dat moment centraal staat laten speuren naar signaalwoorden. (Uit ervaring weet ik dat dit zeer effectief is, dus  vraag desnoods aan de leerkracht van je kind zich te verdiepen in close reading ;). )

 

Meester Kees’ Signaalwoordenspel

Niet iedere leerkracht zal nu ineens aandacht aan signaalwoorden gaan geven (en daar ongetwijfeld een reden voor hebben). Wil je het zelf doen? Gebruik dan mijn Signaalwoordenspel. Moeilijk is het niet, maar wel effectief.

Het spel is vrij simpel. Print de bijlage met daarin een stuk of dertig signaalwoorden. Lamineer de kaartjes met een  gekleurde achtergrond voor meer stevigheid of gebruik ze zonder. De kaartjes leg je op een stapel. Om de beurt pakken de spelers (jij en je kind, jullie en je kinderen) een kaartje. Met het signaalwoord moet nu een zin worden bedacht. Trek jij het woord “omdat”, dan kan de zin zijn: “We eten vanavond brood, omdat we geen aardappels meer hebben.” Geef ook aan wat het signaal is. “Omdat” verwijst in dit geval naar een “oorzaak”.

Op deze manier gebruiken kinderen de signaalwoorden effectief en bewust. Dat zal ervoor zorgen dat ze in een tekst ook sneller deze signaalwoorden kunnen vinden en vertalen.

Geraadpleegde bronnen

Begrijpend lezen oefenen (2022). Wat zijn signaalwoorden? Geraadpleegd via https://www.begrijpendlezenoefenen.nl/kennisbank/signaalwoorden/

Huizenga, H. & Robbe, R. (2020). Basiskennis taalonderwijs. Houten: Wolters Noordhoff.

Categorieën
Leesonderwijs

Wat kun je doen als je kind een risicolezer is?

De term risicolezer heb ik nooit echt kunnen waarderen, omdat ik vind dat een kind zich op zijn eigen manier moet kunnen ontwikkelen. Uitgeverijen en Cito hebben allerlei onderzoekjes gedaan en een standaard-modelleerling opgesteld, waaruit je dan zou kunnen meten of je kind goed kan lezen of niet. In mijn beleving is ieder kind uniek en is er dus ook een uniek pad te bewandelen. Of het nu leren fietsen betreft of leren lezen.

Hoe dan ook hebben we het er maar mee te doen, met die term. En als je dan als ouder een keer op school zit en de term wordt genoemd en jouw kind blijkt een zogenaamde risicolezer, dan maakt het je waarschijnlijk helemaal niks uit wat ik van die term vind. Dan wil je gewoon weten wat je als ouder kan doen om je kind verder te helpen.

 

Lezen is lezen

Simpel, lezen is lezen. Als je wilt dat je kind niet uitvalt op het gebied van lezen en geen risicolezer meer genoemd kan worden, zul je aan de slag moeten met lezen. Je kan dan denken aan rijtjes woorden (zoals race-lezen tegenwoordig heel erg populair is, gebaseerd op de DMT-toetsen van Cito), maar ook gewoon aan boeken. Zorg dat je kind de nodige bladzijdes per dag leest en er behendiger in wordt.

 

Wissel af in boekjes

Om te voorkomen dat een kind geen zin meer heeft in lezen (het verliezen van leesplezier is het allerergste dat een kind dat moet lezen kan overkomen, dus dat wil je als ouder echt zo lang mogelijk uitstellen) is het goed om af te wisselen in boekjes. Je hebt steeds meer heel leuke boekjes voor kinderen in groep 3 en 4. Dus ga naar de bibliotheek of winkel en zorg voor dunne boekjes, dikke boeken, prentenboeken en boeken met veel tekst, verhalen, verhalenbundels als ook informatieve werken (je hebt heel veel leuke informatieboeken voor jonge kinderen). Wissel af, ook door niet alleen blind te staren op boeken. Maar benut het internet, bestudeer de krant en ga op zoek naar alles waar letters te halen valt.

 

Doe het spelenderwijs

Kinderen vinden het leuk om samen met jou te lezen. Parkeer je kind dan niet met een zak chips en een boek op zolder, maar investeer er zelf ook. Ga samen zitten, lees om de beurt, doe iets met stemmetjes of lees in koor. Alles om maar samen te lezen en je kind te helpen die kilometers door dat boek af te leggen.

 

Controleer regelmatig

Je bent geen leerkracht en hebt dus geen idee hoe goed je bezig bent met het lezen. Controleer dit dan ook regelmatig door je kind grote stukken tekst te laten lezen en te bekijken of je verbetering hebt gesignaleerd. In het gunstigste geval doet de leerkracht dit ook en krijg je van hem of haar ook een terugkoppeling. Is dat niet vanzelfsprekend? Dan zal je het zelf moeten doen.

 

Benader de leerkracht

Wil jij een vinger aan de pols houden? Goede leerkrachten hebben risicolezers allang in kaart en zullen jou overspoelen met tips en adviezen. Maar wanneer je niets van de leerkracht hoort en je toch zorgen hebt over het leesonderwijs, benader de leerkracht dan zelf. Wees hierin niet afwachtend, want hoe langer een kind slecht blijft in lezen, hoe groter de achterstand wordt.